146 views 0 comments

My Cousin Vinny (1992)

door op 23-01-2011
 

Als Hollywood een jonge talentvolle Europese filmmaker contracteert zijn de resultaten meestal bedroevend en is dat soms zelfs slopend voor de carrière en de reputatie van de filmmaker. Er is een kleine groep filmmakers die het lukt te ontkomen aan dit noodlot. Een van deze filmmakers is Jonathan Lynn, maker van de populaire Britse televisie comedy Yes, Minister en Yes, Prime Minister. Blijkbaar wist Lynn hoe hij zijn ervaring in het maken van kwaliteitkomedies kon voortzetten in Hollywood. Hoewel hij nooit meesterwerken produceerden leverde hij continue kwaliteit. Iets dat vandaag de dag erg zeldzaam is in de Amerikaanse cinema. Zijn bekendste film voor de Amerikaanse markt is My Cousin Vinny, uit 1992.

De film begint in een klein dorpje ergens in Alabama waar de twee studenten Bill Gambini (Ralph Macchio) en Stan Rothstein (Mitchell Whittfield) tijdens hun reis naar UCLA een tussenstop maken. Nadat Bill Gambini per ongeluk een blikje tonijn steelt van de plaatselijke Sac-O-Sud worden ze aangehouden en door een reeks misverstanden aangezien voor de moordenaars van een winkelbediende. Aangezien staten uit het Zuiden deze misstanden serieuzer nemen dan de rest van het land lopen de twee jonge mannen het gevaar in de elektrische stoel terecht te komen. In hun wanhoop en wegens tekort aan geld huren ze op aangeven van Billy’s moeder advocaat Vincent “Vinny” Gambini (Joe Pesci) in. Vinny is Billy’s neef en heeft net zijn beroepstitel als advocaat bemachtigd. Wanneer Vinny en zijn verloofde Mona Lisa Vito (Marisa Tomei) arriveren in Alabama wordt het al gauw duidelijk dat Vinny een onbehouwen en onervaren hork is en nog nooit een rechtbank van binnen heeft gezien. Om alles nog erger te maken staat rechter Chamberlain Haller (Fred Gwynne) erop dat de regels van de Alabaamse rechtsprocedure worden gevolgd, iets waar Vinny niets vanaf weet. Maar Vinny is niet ontmoedigd en begint het Alabaamse wetboek te bestuderen om de onschuld van de jongens aan te tonen.

De humor in deze komedie is niet extreem hilarisch maar blijft grappig van begin tot einde. Hulde aan de ervaren komedieschrijver Dale Launer, die een goede partner vond in regisseur Jonathan Lynn. Het script van Launer is complex en maakt gebruikt van de mogelijkheid om op een humoristische manier diverse regionale en klassenverschillen in de Amerikaanse cultuur te typeren. Dale weet dit overigens te bewerkstelligen zonder een standpunt in te nemen. Het resultaat is een frisse comedy zonder een over de top sentiment gehalte.

Het sterkste punt van de film is de goede casting. Joe Pesci speelt groots in deze komische rol en Maris Tomei verdiende een Oscar voor haar goede rol als Vinny’s vriendin. De andere acteurs zijn ook erg goed. Zo speelt Fred Gwynne met zijn charismatisch voorkomen een memorabele laatste filmrol (hij overleed een jaar na de première van de film). Er zijn echter ook een aantal kanttekeningen te plaatsen. Zo is het personage  van Ralph Macchio niet overtuigend. De film komt ook langzaam op gang, wat resulteert in een speellengte van 140 minuten. Een twee uur durende film is erg zeldzaam voor komedies uit de jaren ’90. Maar toch zijn deze uren plezierig besteed en kan My Cousin Vinny worden aanbevolen aan allen die een voorbeeld willen zien van een goede komedie uit Hollywood’s jaren ’90.

Bekijk hier de trailer: